profetisch priesterlijk en koninklijk

Door Simon van Groningen, emeritus predikant
Dat we de afgelopen twee jaren heel bijzondere tijden meemaken weet iedereen. Het zullen hoe dan ook tijden zijn waarover nog lang nagesproken zal worden.  Voor de één ligt de nadruk op de angst voor een uitbrekende pandemie van Corona en voor de ander liggen de zorgen juist op het terrein van de vergaande maatregelen daartegen.

Eerst iets over het eerste.  Ik heb diverse mensen in mijn omgeving die (ernstig) te lijden hebben gehad (en nog) van Corona.  Het maakt mij erg voorzichtig om te zeggen dat het allemaal wel meevalt, dat het beslist geen pandemie is, dat het vanzelf wel overgaat. Dat kan je gewoon niet zeggen met mensen in je omgeving die familieleden hebben die overleden zijn aan de gevolgen van deze ziekte.  Het ís er en het is ernstig!  Toch heb ik er heel voorzichtig wel een kanttekening bij. Ik heb zelf geleerd dat ik vroeger te makkelijk sprak over een “griepje”.  Door wat ik nu allemaal gelezen heb zie ik in dat ook in andere jaren ernstige uitbraken van influenza voor overbelaste ziekenhuizen en hoge sterftecijfers hebben gezorgd. Ik heb de indruk dat de verschijnselen bij Corona nog iets ernstiger zijn dan bij influenza, maar zeker weten doe ik dat niet. Kortom, ik onderschat het niet, maar heb geleerd dat ik vroeger allerlei infectiegevaren wél heb onderschat. Dat is één.

Dan over de maatregelen. Toen minister-president Rutte vorig jaar aankondigde dat hij een moeilijke boodschap had en we solidair moesten zijn aan elkaar, elkaar overtreffen in voorzichtigheid om de druk op de ziekenhuizen te verminderen, was ik daarvan onder de indruk. En ik heb me eraan gehouden. Zoveel als ik maar kon. En ik zag dat overal om mij heen. Ik was blij met een overheid die kordaat wist de juiste toon te treffen en krachtige maatregelen te nemen. De nood was hoog.

Toch heb ik nú vragen bij de maatregelen waar we ons met elkaar aan moeten houden. Op dit moment lijkt het mee te vallen. De mondkapjes zijn af, de bewegingsvrijheid neemt toe, maar de druk op mensen om zich te laten vaccineren én zich te laten testen bij belangrijke verplaatsingen en grotere bijeenkomsten neemt toe. Een (digitale) toegangspas is in aantocht, is er eigenlijk al. En het valt allerminst uit te sluiten dat de inmiddels al lang geleden aangenomen noodwet het opnieuw mogelijk zal maken en gebruikt zal worden om nieuwe lockdowns in te stellen. Mondkapjes te verplichten. Samenkomsten te verbieden.  En laat ik er dit bij zeggen, als dat nodig is om een ramp te voorkomen, dan moet het maar.

Maar juist daar waar verregaande bevoegdheden worden gegeven aan een beperkte groep mensen, waar dus macht wordt uitgeoefend, is een tegenmacht nodig. De eerste- en tweede kamer horen die controle uit te oefenen.  En doen dat ook wel, maar ook dat is beperkt door de situatie zelf. Een eerlijke discussie over ernst van de situatie en de noodzaak van de maatregelen is bijna niet te voeren. De volksvertegenwoordiging bestaat uit kongsies en uitsluitingen. We zijn het soms om politieke redenen eens en sluiten anderen uit die soms heus wel zinnige dingen te zeggen hebben. Volgens het tijdelijk teruggetreden kamerlid Pieter Omtzigt functioneert juist die tegenmacht heel gebrekkig en zijn regering, kamerleden en journalistiek soms vele handen op één buik.

De kerk houdt zich over het algemeen heel goed aan alle overheidsmaatregelen. Gaat dikwijls nog een stapje verder, naar mijn mening om maar niet in een kwaad daglicht te komen.  Maar wat ik wél mis is het profetische en priesterlijk spreken van de kerk. Ik ben van mening dat de Trias Politica niet door Montesquieu is uitgevonden. Die vinden we al terug in het oude Testament. In Israël bestond de unieke situatie dat de koning werd gecorrigeerd door de profeet. Het duidelijkst wordt dat als de koning denkt met moord, list en bedrog de vrouw van zijn naaste af te kunnen nemen. Macht heeft het in zich om te corrumperen, zo is dat nu eenmaal. De geschiedenis van David en Bathseba laten zien dat de Eeuwige in zo’n situatie wel degelijk wat te zeggen heeft. David moet op zijn schreden terugkeren. En als de koningen van Israël over de schreef gaan, niet luisteren naar de profetische stemmen is er een priesterlijke verbinding nodig om de zaak weer op orde te krijgen. Kortom, de overheid heeft geen absolute macht en de kerk heeft ook wat te zeggen. Ook als zij in de minderheid is. De Bijbelse profeten spraken soms ook voor stoelen en banken en werden opgesloten omdat ze niet de gangbare mening verkondigden. Jeremia is daar een voorbeeld van, maar ook diverse andere profeten betaalden met hun leven of hun vrijheid omdat zij uitspraken  wat zij wel moesten zeggen.

De kerk vandaag moet dat ook doen! Het is onze taak de vinger aan de geestelijke pols te houden.  Er speelt zoveel meer dan Corona. Ontwrichting van de maatschappij, toename eenzaamheid, achterstelling minderheidsgroepen, economische rampen in Afrikaanse en Zuid Amerikaanse landen.  Maar ook de vrijheid van mensen om in verantwoordelijkheid van hun Schepper over hun eigen lichamelijke integriteit te mogen beschikken.  Samen te komen, God te dienen. Sommige zaken zijn nu eenmaal belangrijker dan eenvoudig in leven blijven door ziekte te voorkomen.  De kerk moet dúrven meespreken over de ontwikkeling van vaccins. Over het gebruik van menselijk materiaal en het beïnvloeden van de vingerafdruk van de Schepper, het DNA. Niet omdat de kerk de wijsheid in pacht heeft. Niet omdat we wetenschappelijk het beter zouden weten. (Al zijn er ook heel goede christenwetenschappers). Maar omdat er méér is dan wetenschap.  Omdat de hele aarde zucht en kreunt onder de invloed van de mens.  We zijn de God van de Bijbel vergeten, daarom overkomt ons dit alles, zei Soltsenitschin. En daar begint het profetisch alternatief wat de kerken mogen bieden.

Tenslotte nog iets over de priesterlijke taak. Priesters zijn reparateurs. Zij herstellen de gemeenschap tussen God en mensen, maar ook tussen mensen onderling. Het zou de kerk sieren dáár aandacht aan te besteden. Mensen oproepen terug te keren naar de waarden die de Schepper in deze wereld heeft gelegd. Maar dan ook oproepen elkaar lief te hebben, te accepteren, in vrede te leven met de naaste. Het is veel te kort door de bocht om dan maar te roepen dat het nemen van een vaccin een daad van naastenliefde is, zoals de Paus deed. Dat kán het zijn, maar dat ligt dan in je hart. En niet in de opgelegde verplichting (dwang of drang) tot zaken waarover best nog eens een stevig woordje te spreken valt.

Op dit moment zijn de ziekenhuizen niet overvol, maar hebben de pastores, de psychiaters en de zielzorgers handenvol werk. Aan mensen die mensen missen. Mensen met huidhonger. Met zielenpijn. Met leegte en verdriet.  Op dit moment zijn er ook grote groepen in de maatschappij die uitgesloten worden (of dreigen te worden) omdat ze niet de juiste mening (?) hebben. De kerk is altijd geroepen geweest de zwakke te aanvaarden en de sterke een toontje lager te laten zingen.  Dat zou ik ook vandaag graag veel meer zien. Dat maakt het dan ook voor de uitvoerders van de maatregelen menselijker, beter te begrijpen en principiëler uit te voeren.

Contactgegevens van ds. Van Groningen zijn bij de redactie te verkrijgen.