de filosofen en de ethici

Klinisch ethicus Erwin Kompanje via website Erwin Kompanje

In het voorjaar van 1993 verscheen bij De Balie een opmerkelijk boekje: ‘Gerede twijfel: over de rol van medische ethiek in Nederland’, een slechts 68 pagina’s dik, venijnig pamflet, geschreven door de wetenschapsfilosoof Gerard de Vries, later hoogleraar wetenschapsfilosofie en filosofie van de technologische cultuur aan de universiteit van Amsterdam.

Volgens De Vries is de taak van een ethicus: ‘Inzicht geven in gevoelens, het laten zien van de conflicten en tragedies en het getuigenis afleggen van de verscheurdheid die artsen, ouders, verpleegkundigen en vrienden doormaken’. Met de titel van zijn boek wilde hij zijn twijfel uitspreken over de rol van de medische ethiek en geeft hij aan wat ethici zouden moeten doen: op een redelijke manier proberen uit te drukken met welke twijfels mensen leven, en daar getuigenis van afleggen. Hij verzet zich tegen de idee dat ethici vaak vinden dat alles wat er in de geneeskunde gebeurt verdacht is en dat ethici dit moeten melden aan de samenleving en de beroepsgroepen van artsen en verpleegkundigen. Hij verdenkt ethici in zijn boek ervan dat deze proberen medische vakbladen te lezen om daarin te kunnen vinden welke ramp ons nu weer zou kunnen treffen. Zijn toon is grimmig en fel: ‘Ethici vervullen steeds meer de rol van een beleidsambtenaar van het ministerie van WCG en hebben ook al de ambtelijke stijl overgenomen: reglementen opstellen en ad hoc wat regels formuleren’. Hij verbaasde zich over het feit dat hun aantal zo is toegenomen, maar ‘Ze zijn niet allemaal over een kam te scheren, maar een ding hebben ze gemeen: hun streven naar consensus als uitkomst van het ethische debat. Alsof het formuleren van een standpunt dat iedereen deelt het doel van de ethicus zou zijn! De wetgever mag dat doen, maar voor de ethicus is het juist verstandiger naar dissensus te streven. Laat de verscheidenheid aan standpunten, meningen en gevoelens maar zien, daar wordt het debat onmiddellijk veel rijker van’.

Voor Gerard de Vries is een ethicus een intellectueel die ontwikkelingen op afstand dient te volgen. Maar wel gebruikmakend van een pragmatische inslag, daarbij gebruikmakend van sociaalwetenschappelijke informatie, epidemiologische en empirische gegevens, historische analyses en internationale vergelijkingen. In plaats van stileren en de discussies op een paar casussen toe te passen, moet hij eerder een observator zijn die laat zien wat er gebeurt. Hij moet getuige willen zijn van de tragiek, de dramatiek, de praktijk, de plaats waar het gebeurt. Hij of zij moet ervaren, met eigen ogen aanschouwen. Een medisch ethicus moet in de praktijk zijn, verslag doen van de werkelijkheid. Antwoorden zoeken naar het wie, wat, waar, wanneer en hoeveel.

Ik was in 1993 een medisch filosoof die zijn weg zocht in de medische praktijk. Ik wilde niet een ethicus worden die Gerard de Vries schetste. Ik wilde getuige zijn van de dramatiek in de praktijk. Ik koos ervoor om klinisch ethicus in de praktijk te worden, op de intensive care. Ik zou bewijzen dat het ook anders kon dan dat De Vries in zijn pamflet beschreef. Dat is mij gelukt. Dominique Benoit, hoogleraar intensive care in het academisch ziekenhuis van Gent zei ooit tegen mij: ‘God zij dank, u bent geen bureau-ethicus’. Een van de mooiste complimenten die ik kreeg.

In dezelfde tijd als ik het boek van Gerard de Vries las, las ik ook La Trahison des clercs van Julien Benda (1867-1956) dat in 1927 uitkwam. Het boek werd 2018 door Eva Wissenburg in het Nederlands vertaald en voorzien van een indrukwekkende inleiding van Thijs Kleinpaste. Het verscheen onder de titel Het verraad van de intellectuelen bij Amsterdam University Press. Een must read in de huidige tijdsgeest.

Volgens Benda ontdoken intellectuelen op een schandelijke wijze hun verantwoordelijkheden en verkwanselden rationeel denken en universele waarden en lieten zich meeslepen door partijbelangen. Politiek machismo.  Wie de waarheid verraadt, begeeft zich in een groteske oorlog, voorspelde hij. En dat in de aanlooptijd van het Nationaalsocialisme, fascisme en antisemitisme. Zijn relaas is woedend, gemeend en emotioneel. Hij voorzag een mensonterende politiek, die enige jaren later helaas waarheid werd.

Ik moet het laatste half jaar vaak terugdenken aan deze twee boeken die in de tijd waarin ik ze las grote indruk op mij hebben gemaakt. Ik herken en erken de oprechte woede van Julien Benda en de verontwaardiging van Gerard de Vries. Ik heb in de laatste maanden hun boeken weer op de salontafel liggen en lees er weer delen uit.

Het interview met de filosoof René ten Bos dat Lodewijk Dros op 26 augustus 2021 in Trouw publiceerde sluit naadloos aan op de twee genoemde pamfletten uit 1927 en 1993. René ten Bos verwoordt met dezelfde verontwaardiging als Gerard de Vries de rol die medisch ethici zich in het coronadebat aanmeten: ‘…beluister ik bij ethici die uitleggen dat de critici van vaccinatie niet goed op de hoogte zijn. Of niet goed bij hun hoofd. Maar mensen hebben ook met recht en reden twijfel over het vaccin. De wereld bestaat niet uit welingelichte altruïstische vaccinofielen en onnadenkende egocentrische vaccinofoben. Die voorstelling maakt me boos.’ Hij hoorde gerede twijfels in de medische wereld die door ethici werden gladgestreken. Een ethicus hoort juist recht te doen aan die twijfels. Niet door te zeggen dat afwachters en twijfelaars en zij die zich meer willen informeren over vaccinatie als dom en gevaarlijk weg te zetten. Net als iedereen hoort ook René ten Bos jonge mensen die ‘om van het gezeik af te zijn’ zich vervolgens laten vaccineren, niets solidariteit of ‘ik doe het voor een ander’. Ik hoor dit ook van veel volwassenen. Niet vaccineren geeft gezeik, en daarom maar die prik. Mijn 22-jarige zoon laat zich volgende week vaccineren omdat hij anders geen stage voor zijn opleiding kan doorlopen. Dat heeft niets met solidariteit van doen of gevoelens voor een ander. René ten Bos zegt terecht: ‘Als ik ze [ethici] hoor vertellen dat je moreel superieur bent als je je laat prikken, dan denk ik: ze zijn het contact met de realiteit verloren’ en ‘Hun [van de ethici] taak is te verhelderen waarom goed en kwaad zo lastig is te bepalen. Ze moeten de paradox toelichten, de aporie: je blijft aarzelen, want aan elke goede keus kleeft iets kwaads en omgekeerd. Ik wil horen dat het een moeilijke afweging is.’

Ik knipte het artikel uit Trouw, vouwde het handzaam op en twijfelde of ik het achter in het boek van Gerard de Vries of van Julien Benda zou opbergen. Ik koos voor het pamflet van De Vries. Daarmee kwam het het meest overeen.

Met Gerard de Vries, Julien Benda en René ten Bos ben ik teleurgesteld, boos en verontrust over de rol die filosofen en ethici nemen in het huidige debat over Covid-19, het wel of niet vaccineren en hun houding daarbij. Eerder heb ik dat in mijn eerdere blogs ‘De filosoof’ en ‘De dialoog’ geuit. Gisteren las ik een (klaarblijkelijk grappig bedoelde) column van een medisch ethicus die het SARS-CoV-2 vergeleek met polio en kinkhoest. Johan Groeneveld, een te jong overleden hoogleraar intensive care en diehard wetenschapper zei altijd tegen arrogante jonge dokters: ‘Lees eens een stukje voordat je iets roeptoetert. En dan bij voorkeur mijn stukjes’.  Ik zou deze medisch ethicus het boek ‘Virology for dummies’ willen aanraden voor op het nachtkastje.

Wat mij zeer heeft gestoord is de uitgesproken mening die ethici en filosofen hebben en publiekelijk uiten dat je moreel superieur bent als je je laat vaccineren en minderwaardig bent als je dat niet doet. Dat is een ethicus toch echt zeer onwaardig. Hij of zij moet de dramatiek mee willen maken, de twijfels, de onzekerheid, moet spreken met iedereen en trachten te verbinden in plaats van verdelen, afstoten en ridiculiseren en zelfs dehumaniseren.

Ik las een tweet van een ethicus: ‘Een vaccin is voor je immuunsysteem wat school is voor je hersenen. Dus zeggen dat je geen vaccin nodig hebt omdat je vertrouwt op je immuunsysteem is zoiets als zeggen dat je geen school nodig hebt omdat je vertrouwt op je hersenen’. Ik heb deze quote een paar maal gelezen en werd toenemend verbaasd en verontwaardigd. Het maakte mij bovendien verdrietig. Dit is wat mij betreft voor een weldenkende ethicus of filosoof een absolute no-brainer (sic) om bij de vergelijking te blijven. Zonder vaccins hebben mens en dier voor de meeste micro-organismen een uitstekend werkend immuunsysteem, anders waren we nooit zover gekomen in de evolutie. Dat staat los van vaccins, zeker voor endemische virussen zoals influenza en SARS-CoV-2 waarvan mensen met een goede gezondheid geen of nauwelijks last van hebben. Daarnaast blijkt nu uit allerlei onderzoek dat mensen die natuurlijk COVID hebben doorgemaakt veel beter beschermd zijn dan zij die zich hebben laten vaccineren. Ten derde, en dat raakte mij het meeste, is het denigrerende die uit deze tweet klinkt verontrustend. De ethicus noemt en-passant mensen die ongeschoold zijn en heeft daar een indirect waardeoordeel over. Deze hebben, volgens deze tweet, klaarblijkelijk géén goed werkende hersenen. Zonder naar school geweest te zijn kun je dus niet vertrouwen op je hersenen. Wat een rare en verontrustend denigrerende opmerking. Mijn opa was een ongeschoolde stroopkoker, maar wat een integere en levenswijze man. En daarnaast, je hersenen gebruik je voor veel meer dan alleen wat je op school leert.

Ik heb mij als klinisch ethicus, werkzaam op een intensive-careafdeling in een academisch ziekenhuis, voor mijn analyses en overdenkingen altijd bescheiden en kritisch bediend van wat zich in de medische praktijk aandiende. Wetenschappelijke publicaties, de ervaringen van artsen, verpleegkundigen, andere hulpverleners en patiënten en diens naasten, resultaten van klinisch onderzoek. Ik heb altijd hun mentale worsteling over het wel of niet goed van hun beslissingen erkend en trachten te verwoorden. De intervisies met jonge arts-assistenten en met verpleegkundigen over hun werk op de intensive care en de onzekerheden die zij daarbij ervaren hebben mij bescheiden gemaakt en mij geleerd dat er altijd meerdere ervaringen zijn met een en dezelfde werkelijkheid die allen de moeite waard zijn om te beluisteren.

Een filosoof en ethicus dient zich, bij de ondersteuning van zijn argumentatie, te bedienen van betrouwbare bronnen. Altijd kijk ik bij wetenschappelijke publicaties naar de belangen en de mogelijke belangenverstrengelingen van de auteurs. Zijn zij mogelijk betaald om een bepaalde mening te beschrijven? Ik neem dat mee in mijn overweging en argumentatie. Ik houd mij verre van het stellige gebruik van ongefundeerde uitspraken in een poging om een gelijk te willen halen in een ongelijke wereld. Ik zie de laatste maanden helaas dat filosofen en ethici zich hier wel van bedienen.  Zo plaatste een filosoof de volgende tweet: ‘Voor de mensen die denken dat de kracht van hun immuunsysteem vaccinatie overbodig maakt’ en geeft dan ten bewijze van deze stelling vervolgens een quote van de Amerikaanse podcast comidian Rod (@rodimusprime): ‘I just don’t get how your immune system is supposedly strong enough to handle a virus that killed over 600K people in the VS but is not strong enough to handle a vaccine that 169 million Americans have taken and survived’. Toen ik dit las dacht ik ‘Nee echt, dit is het dan voor een academicus ter ondersteuning van zijn mening? Een tweet van een Amerikaanse podcast comedian die ook nog eens verkeerd en buiten de context wordt gebruikt voor ondersteuning van het stigmatiserend argument van de filosoof’.  Zucht. Ik las maar weer eens in Julien Benda voor dagelijkse morele steun.

Een medisch ethicus of filosoof laat de diversiteit zien die leeft in de samenleving en benoemd de argumentatie van verschillende visies. Zij houden zich hierbij verre van zelfingenomenheid en het uiten van een dwingende eigen mening die niet objectief wetenschappelijk te onderbouwen is. Zij waken voor confirmation bias.

Ik zag tweets en uitspraken van een filosoof en van een ethicus: ‘Je hebt een keuze: of je vaccineert je, of je wordt ziek’. Ik schrik hiervan. Nu blijken heel erg veel ongevaccineerden natuurlijk immuniteit te hebben opgebouwd tegen dit virus, dus zij zijn al ziek geweest en hebben daar niets, weinig of wel iets van gemerkt en zij hebben het vaccin dus niet meer nodig. Zij zijn beter beschermd dan wie dan ook. Waarom dan nog de prik? Ten tweede wordt hierbij uitgegaan van het feit dat je na besmetting met SARS-CoV-2 altijd (sic) ziek wordt. Dat is helemaal niet zo. Een groot deel van de besmette mensen merkt er niets van, heeft even een loopneus en gaat door met de orde van de dag.  En nu blijken gevaccineerden ook besmettelijk te zijn, terwijl je dat niet aan hun kunt zien. Schijnveiligheid.

Als ethicus die bereid is om de dramatiek van het dagelijkse leven te willen zien en aanschouwen ben ik vorig jaar elke werkdag in het ziekenhuis geweest. Ik heb artsen en verpleegkundigen, patiënten en diens naasten gesproken. Hun onzekerheid, angsten, twijfels, emoties en hoop gezien. Empathie is de bereidheid om emoties (negatief en positief) bij een ander te herkennen en erkennen. En dat in bescheidenheid. Deze emoties worden verbaal, non-verbaal, fysiek en zintuigelijk gedeeld. Daarvoor moet je er wel zijn. Zoals Gerard de Vries verwoordde: Bereid zijn om de dramatiek van het leven te willen ondergaan. Daarvan getuige te willen zijn. Op hun zolderkamer werkende ethici zonder deze bereidheid moeten mijns inziens meer bescheiden zijn.

Over de uitsluiting van ongevaccineerde studenten voor onderwijs op de universiteit is al genoeg gezegd. Ik blijf het verontrustend vinden dat ethici en filosofen dit blijven prediken, niet gehinderd door up-to-date wetenschappelijke kennis, moreel begrip en overzicht van wat er werkelijk gaande is in de samenleving. Ik las in een interview met een filosoof in Trouw: ‘Ik vind bijvoorbeeld dat alleen gevaccineerden toegang moeten krijgen tot de universiteit. Als gevaccineerde ben je een kleiner risico voor andere mensen en de volksgezondheid. Voor niet gevaccineerde studenten is er namelijk een alternatief: digitaal onderwijs of je laten vaccineren’. Ik ga hier geeneens uitleggen waarom deze stellingname verwerpelijk is. Ieder weldenkend mens kan dat begrijpen.

Ik ben een bescheiden ethicus die medemenselijkheid in de zin van compassie, respect en empathie hoog in het vaandel heeft. Wat ben ik geschrokken van collegae die bereid zijn tot uitsluiting, discriminatie, stigmatisering en dehumanisatie van mede mensen die zich (nog) niet willen vaccineren. Julien Benda schreef over het verraad van de intellectuelen. Ik word, als ik dat in analogie zou mogen zeggen, toenemend geconfronteerd met het verraad van de ethici. Wij als ethici moeten waarden als respect, zelfbeschikking, goeddoen, non-discriminatie, gelijkwaardigheid, vrijheid en humaniteit bewaken en beschrijven als deze waarden in het gedrang komen. Volgend Gerard de Vries moeten medisch ethici: ‘Inzicht geven in gevoelens, het laten zien van de conflicten en tragedies en het getuigenis afleggen van de verscheurdheid die artsen, ouders, verpleegkundigen en vrienden doormaken’. Wij ethici moeten analyseren waarom dit zo is en benoemen waarom deze waarden waardevol zijn. Daarvoor zijn we op aarde.

Ik heb geen kristallen bol, dus pin mij er niet op vast, maar ik vermoed dat we in het najaar in de ziekenhuizen onder anderen drie groepen patiënten zullen zien: 1. Vroeg volledig gevaccineerde mensen met doorbraakinfecties en dus met COVID zoals we nu ook in Israël en de VS zien; 2. Kwetsbare ongevaccineerde mensen, net als in de eerste periode van 2020 die besmet worden met SARS-CoV-2; en 3. Patiënten met influenza. Dit virus zal na zijn welverdiende rust van afgelopen jaar in de populatie zonder beschermingsmaatregelen maar weer eens aan de slag gaan. De doorbraakinfecties zijn een feit en deze zullen in alle landen weer voor opnames in ziekenhuizen gaan zorgen. De vaccinfabrikanten zijn uiteraard druk in de weer met de ontwikkeling van boosters en nieuwe vaccins. De politiek en een groot deel van de samenleving wil immers wel. Een filosoof merkt op Twitter over de doorbraakinfecties op: ‘Doorbraakinfecties veel minder wijdverspreid dan sommigen suggereren’. Ja, maar om met Arthur Schopenhauer te spreken: ‘Het ergste moet nog komen’, wellicht dat deze filosoof dit nog weet te herinneren uit zijn studietijd.

Ik vind dat ik een mooi vak heb. Ik ben altijd bereid geweest het lelijke en de schoonheid van de werkelijkheid mee te maken voordat ik mij daarover uitspreek. Daarvan getuige te willen zijn. Ik schaam mij en ben oprecht boos dat collegae dit negeren en zich populistisch en vooringenomen willen uitten in de media en op social media.

René ten Bos zei: ‘Hun [van de ethici] taak is te verhelderen waarom goed en kwaad zo lastig is te bepalen. Ze moeten de paradox toelichten, de aporie: je blijft aarzelen, want aan elke goede keus kleeft iets kwaads en omgekeerd. Ik wil horen dat het een moeilijke afweging is.’ En zo is het. Geen vooringenomenheid omdat je denkt dat het gelijk aan jouw kant is, maar slechts bescheiden beschouwen en dat beschrijven.